Onze auteurs - Annabel Pitcher
Annabel studeerde Engelse literatuur aan Oxford University. Ze wilde altijd al schrijver worden. Na haar studie was ze een aantal jaren lerares, maar de drang om te schrijven bleef. Ze nam daarom ontslag en ging reizen. De aantekeningen die ze maakte in Peruviaanse bussen, in het Amazonegebied en in de schaduw van Vietnamese tempels vormden de basis voor Mijn zus woont op de schoorsteenmantel.
Interview met Annabel Pitcher over schrijver zijn, en over het idee voor Mijn zus woont op de schoorsteenmantel.
Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in 1982 geboren in een klein dorpje in West Yorkshire, waar meer schapen waren dan mensen. Geen verkeer, een winkel, twee kroegen en eindeloze weilanden om in te spelen, perfect. Ik hou van het platteland en, hoewel ik met veel plezier in steden gewoond heb, ik ben het meest gelukkig in een niemandsland omgeven door heuvels.
Wat waren je hobby's toen je klein was?
Ik hield van toneelspelen en dansen, ik zat jarenlang op ballet en tapdance, op gegeven moment gaf ik zelfs les erin op zaterdagen. Ik speelde ook viool en piano maar mijn hart lag echt bij het toneel. Mijn moeder vond dat ik meer muziek moest oefenen dus ik maakte vaak een opname van mezelf en speelde die dan af terwijl ik naar de tv keek met het geluid uit zodat ze maar zou geloven dat ik hard aan het oefenen was. Ik kwam graag buiten, en dat is nog steeds zo. Ik ga elke dag wandelen om even niet aan het schrijven te zijn. Ik denk dat ik een hond moet nemen, zodat ik er niet zo raar uit zie als ik in mijn eentje door een veld struin.
Wat waren je favoriete vakken op school?
Het zal je niet verbazen dat ik van het vak Engels hield. Ik was en ben nog altijd een fervent lezer en ik schreef graag verhaaltjes. Mijn klasgenootjes op de basisschool vonden dat ik maar schrijver moest worden. Ik was daar niet van overtuigd, omdat ik besloten had dat ik een prive detective als Miss Marple wilde worden.
Wanneer wist je dat je schrijver wilde worden?
Toen ik ontdekte dat prive detective zijn maar weinig lijkt op wat Agatha Christie beschrijft! Ik was ongeveer tien jaar oud toen ik serieus begon te overwegen dat ik schrijver wilde zijn, hoewel ik ook periodes had waarin ik overwoog actrice, journaliste, dokter en Jack Bauer te worden.
Naar welke universiteit ben je gegaan en studeerde je daarvoor schrijver?
Ik ging naar de universiteit van Oxford en studeerde daar Engelse taal- en letterkunde. Het was een goede basis omdat ik me drie jaar bezighield met het analyseren van teksten, hoe goede teksten in elkaar zitten en waarom ze goed zijn. Ik denk dat dat me wel geholpen heeft als schrijver.
Ben je altijd al schrijver geweest?
Nee. Toen ik afstudeerde wilde ik stiekem wel schrijver worden, en ik ben aan heel veel verschillende boeken begonnen, maar ik had nooit het vertrouwen of het geduld om verder te raken dan een eerste hoofdstuk. Het leek me ook niet een logische beroepskeuze dus in plaats daarvan vond ik een baan bij een tv station waar ik werkte aan programma's als You've Been Framed (veel logischer natuurlijk). Daarna werkte ik een tijdje in pr en liet me uiteindelijk omscholen naar docent Engels, wat ik heel erg leuk vond.
Dus hoe werd je uiteindelijk schrijver?
Ik had nog nooit gewoon een jaar vrij genomen, dus ik besloot dat te doen en met mijn man op reis te gaan. In een hostel in Ecuador, midden in de nacht, kreeg ik het idee dat uiteindelijk Mijn zus woont op de schoorsteenmantel zou worden. Ik heb het boek op een serie kleine kladblokjes geschreven terwijl ik een serie landen doortrok. Toen ik weer thuis was heb ik het afgemaakt, uitgetypt en geredigeerd voor ik het naar een agent stuurde.
Vond je makkelijk een uitgever?
Ik heb geluk gehad want de tweede agent die Schoorsteenmantel las, wilde het vertegenwoordigen. Daarna ging alles heel snel. Ik vond een paar weken nadat ik bij mijn agent getekend had al een uitgever, en het een leidde tot het ander. Ik ben nu fulltime aan het schrijven.
Hoe ziet je werkdag eruit?
Ik kan s' ochtends beter schrijven, dus ik probeer vroeg op te staan. Meestal ga ik om half zeven al aan het werk en dan schrijf ik vijf uur lang voor ik een pauze neem. Dan ga ik meestal een stuk wandelen, naar de sportschool en lunchen. S' middags schrijf ik nog een stukje als ik daarvoor voel en anders beantwoord ik mijn post en e-mails. Meestal zet ik rond vijf uur s' middags de computer weer uit.
Wat zijn je favoriete romans?
Mijn absolute favoriet is The Go-Between van L.P. Hartley, een treffende, scherpe en gewoonweg schitterende bildungsroman. Ik ben ook gek op We moeten het even over Kevin hebben van Lionel Shriver, Balzac en het Chinese naaistertje van Dai Sijie en De geschiedenis van de liefde van Nicole Krauss. Mijn favoriete Young Adult boeken zijn Gebroken soep van Jenny Valentine, Hoe ik nu leef van Meg Rosoff en Voor ik doodga van Jenny Downham, het enige boek dat mij aan het huilen wist te krijgen en buitengewoon briljant. O, en ik ben een enorme fan van Harry Potter. Niet verder vertellen, maar ik luister altijd naar het audioboek voor het slapengaan.
Wat is het leukste aan schrijver zijn?
Dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden omdat ik alles eraan leuk vind. Twee dingen het meeste, denk ik dan toch. Ik hou heel erg van het moment dat ik in mijn studeerkamer opgesloten zit met mijn personages en alles vloeit. Mijn vingers razen over het toetsenbord en het verhaal voelt zo echt aan dat het tot leven komt, het speelt zich af in mijn hoofd alsof ik het echt zie gebeuren en het is mijn taak om het allemaal in woorden te vangen voor het verdwijnt. Dat is een fantastische, zeldzame ervaring. Ik houd er ook enorm van om lezers te ontmoeten en met hen te praten over mijn boek en andere boeken, om een passie voor verhalen en de verbeeldingswereld te delen.
Interview (c) Annabel Pitcher, www.annabelpitcher.com.




