Boeken - Familiestuk

Mireille van Hout
Deel dit op Twitter

  • OVER HET BOEK
  • FRAGMENT
  • QUOTES

Twee zussen, een oorlog en een familie vol geheimen…
Isolde Verwijst, kunstenares op leeftijd, vergeet liever wat er gebeurde in dat allesbepalende oorlogsjaar tijdens haar jeugd in een Brabants dorp; toch ontkomt ze niet aan de gevolgen.
Van Hout schrijft wederom in prachtig proza een aangrijpend verhaal over de band tussen twee zussen en een oorlog die daartussen komt.

Ze noemen ons de Rooie Tweeling. Niet dat er ook een zwarte of een blonde tweeling is, want wij zijn de enige hier in het dorp, bijna niemand houdt ons uit elkaar. Maar zelfs met het licht van de carbidlamp zie ik dat ze knapper is dan ik, de mensen kijken slecht.
    ‘1, 2, 3, 4, 5.’ Hardop tellend springt ze over de gevangenis. ‘54, een gans, ik mag
nog een keer!’ Door het flikkerlicht in het duister lijkt het of mijn zusje de leidster is van een samenzwering in plaats van bezig met een stom potje ganzenborden. Vader geeft de dobbelsteen aan moeder. Naast haar zit Noud. Ik doe mijn best niet naar hem te kijken, want dan kijkt hij meteen terug. Noud maakt me zenuwachtig, vandaag nog erger dan anders. Ik draai het stukje houtskool tussen mijn vingers, maak dan de linkerhelft van Katja’s gezicht nog donkerder. Het puntje van de wenkbrauw rechts nog iets spitser. Mooie wenkbrauw, dezelfde als de mijne.
    Katja en ik houden vaak van dezelfde dingen, maar spelletjes doen vind ik onzinnig. Als we geen verstelwerk hebben, teken ik. Kat grapt weleens dat ik van ons tweeën zoveel tekentalent heb geërfd, dat er voor haar geen moer meer over bleef. ‘Was ik maar als jij!’ Maar Katja heeft zeker zoveel aanleg. Het verschil is dat ik niet ophoud het te proberen, desnoods op een oude lei of op de binnenkant van de pakken Klok. Ik voel dat ik honderd keer beter kan, dat móét ik halen. Lichtval, gezichtsuitdrukkingen, soms ik maak er heus een potje van. Als het weer niet lukt, scheur ik het papier kapot. Of dan breek ik een potlood. Dat laatste is nogal stom, want ik heb er maar een paar.
    ‘Isolde is zo opvliegend,’ zegt moeder dan, ‘nam ze maar een voorbeeld aan onze Kat.’
    ‘Ze verbergt haar gevoelens tenminste niet,’ komt Katja voor me op. Maar ik weet niet of het goed is om er altijd maar alles uit te gooien, vanwege al die drift is Katja wel de aardigste van ons twee. Als je het goed bekijkt is ze gewoon een prettigere uitvoering van mij.
    Noud is aan de beurt, hij hupt over de doornstruik, ik weet zeker dat hij vals telt.
Even grijnst hij in mijn richting. Mijn wangen worden rood en ik denk aan vanmiddag. Snel wend ik mijn blik af, mijn vingers wrijven over de tekening alsof ik iets belangrijks met de schaduw doe.
    Vanmiddag heeft dokter Aalderink Katja en mij een nieuw schetsblok gegeven.
Zomaar, papier zonder lijntjes, nog helemaal nieuw.
    Ik hou het vel schuin zodat het licht er beter op valt. Ik zucht, de tekening lijkt
nergens naar, te veel vlekken, rare figuren, ze zien eruit als een stelletje hottentotten
rond een kampvuur. En Katja teken ik sowieso nooit goed. Misschien is dat gek genoeg ook wel het allermoeilijkste wat er is, je tweelingzusje tekenen.

Nouds mond heb ik te breed gemaakt, eigen schuld, dat komt omdat ik niet
lang naar hem durf te kijken. Een paar maanden geleden had Noud de brief voor de Arbeitseinsatz ontvangen. ‘Laat die jongen maar hier komen,’ had vader daarna tegen Nouds vader gezegd die een oude schoolvriend was, ‘met onze liebe Mutti hier, zoeken ze hier toch niet.’
    Geïrriteerd duw ik de tekening van me af. Vanmiddag, toen had het moeten gebeuren. We waren achter de schuur geweest om hout te halen toen hij onhandig het pad had versperd. Er was niemand in de buurt.
    ‘Ies…’ Ik zag de zwarte spikkels in zijn bruine ogen, die dikke zwarte wimpers, hij
rook naar stro en paard, zijn ogen gleden naar mijn lippen. ‘Ies… Isolde, ik…’ 
    Zijn hand gleed om mijn vingers, hij had nog meer eelt dan ik.
    Nu, ja, o, nu! jubelde ik vanbinnen, eindelijk zou het gebeuren, want Katja kuste
Cas al een maand geleden, vandaag was mijn beurt, mijn benen werden slap als pap, hij…
    ‘Isie, meneer de dokter is hier!’ klonk het opeens van ver. Dat was moeders
stem.
    Geschrokken staarde ik in Nouds ogen.
    Opnieuw riep ze. ‘Isolde, Katja, de dokter is er, hij heeft iets voor jullie meegenomen!’
    Noud kneep in mijn hand. ‘Ga maar.’
    ‘Nee,’ fluisterde ik. Maar ik had me omgedraaid en was weggerend.
    Ik schud mijn hoofd en buig me opnieuw over mijn tekening.
    ‘Alles goed, Isie?’
    Ik schrik op. ‘Wat zeg je?’
    ‘Alles wel?’
    Ik blaas een pluk haar uit mijn gezicht. ‘Niks waar jij over hoeft te weten.’
    ‘Nu ben ik echt benieuwd. Mag ik je tekening zien?’
    ‘Nee, hij is mislukt.’
    ‘Laat zien dan.’
    Ik klap het blok dicht. ‘Nee.’
    ‘Kom, Noud,’ vader reikt hem de dobbelstenen aan, ‘jouw beurt.’
    Mijn vingers glijden over mijn lippen, wat stom is, want daar zit houtskool aan. Ik
wrijf mijn gezicht af aan mijn mouw, straks ziet Noud de zwarte vegen.
    Hij schudt de stenen in zijn hand, springt dan plotseling op, vaders gansje valt om.
    ‘Isie, ik weet wat; zal ik eens voor je poseren?’ Hij laat de stenen op tafel rollen,
spant dan met opgerolde mouwen zijn spierballen. ‘Wat vind je ervan? Ben ik geen
Adonis?’
    ‘Adonis?’ Ik grinnik. ‘Wat weet jij daar nou van?’
    Eigenlijk weet ik zelf niks over Adonis behalve dat ie nogal knap was of zowat.
Noud heeft een paar jaar op het seminarium gezeten en heeft daarom veel meer
geleerd dan ik, waar ik jaloers op ben.
    Vader glimlacht meewarig en zet zijn gansje terug op zijn vakje. ‘Vertel eens wat
je over Adonis weet.’
    Ik kijk naar de slagader die over Nouds ontblote spierbal meandert en denk
aan de plaat die Kat en ik kortgeleden bij dokter Aalderink zagen. Die Adam leek een Adonis.

    De afdruk had in een doos met kunstplaten op het dressoir in zijn chique kamer
gezeten, Gemälde aus der Sixtinische Kapelle.
    ‘Kijken jullie maar rustig, hoor.’ De dokter had met zijn hand gewuifd alsof het
allemaal onbelangrijk was. ‘Het zijn de schilderijen van het Vaticaan.’ Daarna had hij zich weer snel tot moeder gewend.
    De plaat lag bovenop: Die Erschaffung Adams. De Schepping van Adam, door
Michelangelo. Ik stootte Katja aan, die heel langzaam haar koekje at. Ze fluisterde. ‘Hangt dat bij de Paus?’

‘Het ultieme boek deze zomer.’ De Pers

‘Een ontroerende roman’ Glamour

‘Een bruisend boek met een ontknoping die je compleet overspoelt’ Studenten.net

‘Een aanrader!’ Chicklit.nl

‘Verslonden’ Boekenblog.nl

‘Zeer overtuigend’ NBD Biblion

Titelinformatie

Paperback, 240 p.
ISBN: 9789049952358
Datum: April 2012
Prijs: € 18.95

Over de auteur(s)

Mireille van Hout

Downloads

DOWNLOAD DE COVER

Over Mistral

Mistral is de commerciële fictie imprint van FMB uitgevers. Bij Mistral verschijnen Nederlandse en vertaalde boeken over herkenbare onderwerpen in een stijl die varieert van easy reading tot uitdagende romans. Stuk voor stuk meesterlijke boeken met een frisse stijl waardoor je zin krijgt om te lezen...
Lees verder

Volg Mistral

Uitgeverij Mistral is ook te volgen op de volgende social media.

Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter